Plaagdieren

Plaagdieren zijn dieren die voor overlast kunnen zorgen. Ook kunnen ze een bedreiging vormen voor de volksgezondheid. Op deze pagina leest u wat u moet doen als u overlast ervaart van een van de onderstaande dieren.

Melding maken

  • De gemeente is alleen verantwoordelijk voor de bestrijding van ratten.
  • De waterschappen gaan over de bestrijding van muskus- en beverratten.
  • Bedrijven en particulieren zijn zelf verantwoordelijk voor het beheersen/bestrijden van plaagdieren op eigen terrein.
Amerikaanse rivierkreeft

De Amerikaanse rivierkreeft is een invasieve exoot. Ze horen niet thuis in Nederland en beschadigen waterplanten, verdrijven vissoorten en kunnen de Europese rivierkreeft besmetten met een schimmel die ze bij zich dragen. Ook veroorzaken ze schade aan de waterkeringen.

Aanwezige kreeften in kaart brengen

De soort komt inmiddels op veel locaties in Nederland voor. Het in kaart brengen van de verspreiding helpt overheden bij het bepalen van maatregelen. Heeft u een Amerikaanse rivierkreeft gezien? Geef dan de locatie door op het rivierkreeften-portaal van Hoogheemraadschap Rijnland.

Het vangen van de kreeften

Het is alleen toegestaan rivierkreeften te vangen met een hengel. Daarvoor heeft u een vispas nodig. Fuiken, korven of andere vangmiddelen zijn alleen toegestaan voor beroepsvissers met een specifieke vergunning.

Voorkomen van verspreiding

Belangrijk: het is verboden rivierkreeften te verplaatsen of uit te zetten in andere wateren. Wie een rivierkreeft meeneemt voor consumptie, mag deze niet levend vervoeren.

Aanpak: stip op de horizon?

De waterschappen en het Rijk werken samen aan een landelijke aanpak. Daarbij wordt onder meer gekeken naar gericht wegvangen en het versterken van het watersysteem. Effectieve bestrijding vraagt om een gecoördineerde aanpak; resultaten uit pilots worden nog verder uitgewerkt.

Aziatische hoornaar (ook wel: Geelpotige hoornaar)

De Aziatische hoornaar staat op een lijst van Invasieve exoten van de Europese unie. Dat betekent dat binnen Europa de Aziatische hoornaar moet worden uitgeroeid of beheersbaar blijven. Die hoornaarsoort is namelijk schadelijk voor honingbijen, hommelsoorten en andere bestuivende insecten. In Nederland draagt de provincie hier zorg voor. Gemeenten spelen daarin geen rol behalve hun inwoners te vragen alert te zijn op de aanwezigheid en mogelijke waarnemingen te melden.

U kunt Aziatische hoornaars melden bij het landelijk meldpunt. Lever daarbij alstublieft bewijsmateriaal.

Hoe bepaalt u of het een Aziatische hoornaar is?

De Aziatische hoornaar is een grote wesp maar relatief kleine hoornaar. Er zijn een aantal soorten die op de Aziatische hoornaar lijken. Er is de Europese hoornaar. Die hoort hier thuis. Daar doet noch het rijk, noch de provincie of gemeente iets tegen. Ook zijn er soorten die erop lijken maar geen directe familie zijn. Sommigen doen zelfs alsof ze erop lijken zoals de Hoornaarzweefvlieg. Bekijk het informatieblad van Anses (de Franse Voedsel- en Waren autoriteit).

Hoe gevaarlijk is de Aziatische hoornaar?

Van een Aziatische hoornaar hoeft u niet dezelfde overlast te verwachten als van bijvoorbeeld de Duitse (limonade)wesp. Hoornaars zijn minder agressief en geven niet om zoetigheden. Voor mensen met een allergie voor wespengif kan een steek, of vooral meerdere gevaarlijk zijn.

Wat ziet u jaarrond van de Aziatische hoornaar?

  • In de lente bouwt één koningin Aziatische hoornaar een nest. Dit is zo groot als een pingpongballetje en kunt u vinden op een beschutte plaats, bijvoorbeeld onder een afdak of in een hok.
  • Vanaf juni komen de eerste werksters uit en groeit het nest verder uit, tot de grootte van een kleine voetbal.
  • Vanaf augustus verhuist 70% van alle nesten naar een hoger gelegen plaats wegens plaatsgebrek. Een tweede nest wordt dan gebouwd hoog in de top van een boom of aan een gevel. De volledige kolonie verhuist naar dit tweede nest, en het eerste nest wordt verlaten.
  • Op het einde van de zomer kan een nest een doorsnede tot 1m bereiken.
    Met het vallen van de bladeren in de herfst wordt een nest Aziatische hoornaar beter zichtbaar.
  • In de winter sterven darren en werksters, enkel koninginnen zoeken een overwinteringsplaats. U kunt uitzonderlijk een koningin Aziatische hoornaar tegenkomen in huis, die vroegtijdig is ontwaakt. Een nest dat in de winter wordt gevonden is niet meer actief, er zitten geen hoornaars in. Ze hoeven dus ook niet bestreden te worden.

Nog meer weten?

Op de website van Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en EIS kenniscentrum insecten vindt u meer informatie over de Aziatische hoornaar.

Bijen

Bijen zijn zeer nuttig voor het bestuiven van planten en gewassen (groente en fruit). Soms kan een bijenzwerm zich vestigen op een plek waar ze overlast bezorgen.

Heeft u overlast van een bijenzwerm? Schakel een imker in om de zwerm te laten verplaatsen.

Bruine ratten

Heeft u ratten gezien in de openbare ruimte? Meld dit via Fixi en geef duidelijk de locatie door waar u de ratten heeft gezien.

Ratten op particulier terrein

Bewoners en bedrijven zijn zelf verantwoordelijk voor het beheersen/bestrijden van ratten op eigen terrein.

  • U kunt zelf klemmen plaatsen om de ratten te vangen. Let op dat kinderen of huisdieren zich hieraan niet bezeren!
  • U kunt een gespecialiseerd bedrijf inhuren om de ratten te bestrijden.
  • Wordt de aanwezigheid van de ratten veroorzaakt door een probleem in de openbare ruimte? Of is er sprake van een plaag? Meld dit via Fixi.

Tips om aanwezigheid van ratten op eigen terrein te beperken

  • Maak de naden en kieren van uw woning goed dicht. Denk hierbij aan de aansluiting van de dakpannen op de gevels en aan stootvoegen.
  • Als u openhaardhout heeft, is het aan te bevelen om dit op een pallet op te stapelen en er ruimte omheen te houden. Tocht houdt de dieren weg en katten (een natuurlijke vijand van ratten) kunnen om de pallet heen lopen.
  • Ratten kunnen schuilen in langdurig opgeslagen materialen in de tuin en schuur. Het regelmatig opruimen van de schuur is daarom een goed idee.
  • Ratten verplaatsen zich razendsnel en ongezien door niet bijgehouden coniferenhagen en klimop. Regelmatig snoeien helpt om de ratten weg te houden.
  • Bewaar diervoer of vogelvoer in dichte kisten, blikken of tonnen (niet van karton). Haal het voedsel dat ’s avonds niet is opgegeten weg, ook al ligt dit in een dichte kooi.
  • Klop een tafellaken met voedselresten niet uit in de tuin.
  • Ruim afgevallen vruchten van fruit- en notenbomen zo snel mogelijk op.
  • Zorg ervoor dat de rolcontainer goed gesloten is en laat geen vuilniszakken met voedselresten naast de rolcontainer staan.
  • Een composthoop met voedselresten is een luilekkerland voor ratten.
  • Informeer bij uw buren of zij voedselbronnen hebben, de ratten kunnen tuinen ook gebruiken als doorgang naar eten.
  • Voer vogels niet: voor de vogels is er genoeg voeding in de natuur. Zaden en nootjes die op de grond vallen zijn een voedselbron voor ratten.
Duiven

Duiven horen in een dorp. Ze ruimen belangrijk organisch afval en onkruidzaden op, wat anders voor ongewenste knaagdieren blijft liggen. Veel inwoners en bezoekers genieten van duiven, in het park of in de winkelstraten. Maar duiven kunnen ook voor overlast zorgen. De overlast ontstaat door duivenpoep en mensen die duiven onnodig voeren.

Let op: het is verboden om nesten in aanbouw, eieren of jonge vogels weg te halen.

Overlast

Duiven krijgen het hele jaar door jongen. Door het gebrek aan natuurlijke vijanden kan een duivenpopulatie heel snel groeien en overlast veroorzaken. Duiven produceren veel poep. Dit ziet er vies uit en de poep bevat salpeterzuur, waardoor bijvoorbeeld stucwerk, hout en verf aangetast worden. Overlast van duiven op terrassen willen we daarom zoveel mogelijk voorkomen.

Wat kunt u doen?

  • Heel belangrijk: voer de duiven niet! Zij vinden zelf genoeg en gezond voedsel.
  • Voorkom dat duiven op je balkon overnachten of een nest kunnen maken. Bijvoorbeeld achter meubels of plantenbakken.
  • Plaats een 3D-vlieger in de vorm van een roofvogel of een plastic roofvogel op het balkon. Zo voorkom je dat duiven op jouw balkon landen (roofvogels zijn natuurlijke vijanden van duiven).
  • Wordt de overlast van de duiven in de openbare ruimte veroorzaakt doordat ze worden gevoerd worden? Meld dit via Fixi.
Eikenprocessierups

Heeft u de eikenprocessierupsen op een boom of op andere plek gezien? Geef dan de locatie door aan de gemeente via de mail via Fixi.

De nesten worden door een gespecialiseerd bedrijf met speciale stofzuigers uit de boom verwijderd. Tijdens het verwijderen controleert het bedrijf ook de naastgelegen eiken. Waar nodig behandelt hij ook die bomen.

Eikenprocessierups op particulier terrein

Heeft u eikenprocessierupsen in bomen op uw eigen terrein? Dan bent u zelf verantwoordelijk voor de bestrijding hiervan. We raden u aan dit niet zelf te doen. U kunt hiervoor het best een gespecialiseerd bedrijf inschakelen.

Kauwen en kraaien

Kauwen kunnen tijdens hun broedseizoen (maart tot en met juni) voor overlast zorgen. Doordat ze in kolonies broeden veroorzaken ze gedurende dag voor geluidsoverlast. Ook ontstaat er rotzooi van nestmateriaal, poep en etensresten. Doordat de kauw een wettelijk beschermde vogelsoort is, moet u daar rekening mee houden in het tegengaan van de overlast. Kauwen worden door de gemeente niet verjaagd. Door het verjagen verplaatsen de dieren zich, het probleem wordt hierdoor verplaatst en niet opgelost.

Let op: zodra er een nest is gemaakt, mag dit niet meer verwijderd worden. Ook mag u de eieren niet verwijderen of kapot maken. De kauw is een beschermde vogel.

Broedseizoen

Vanaf maart gaan kauwen opzoek naar een geschikte plek om een nest te bouwen. In de bebouwde omgeving kunnen zij hun nest o.a. maken in gaten in muren, onder dakpannen in schoorstenen en in regengoten. Als bewoner of beheerder van een gebouw kunt u voorafgaand aan het broedseizoen maatregelen nemen. Deze maatregelen moeten ervoor zorgen dat uw woning niet geschikt is om een nest op te bouwen.

Voer de kauw niet

Het voeren van kauwen kan ertoe bijdragen dat ze woonwijken intrekken. Maak daarom vogelvoer ontoegankelijk.

Kauwen op particulier terrein

U kunt de volgende maatregelen alleen nemen wanneer er nog geen nest is gemaakt:

  • Mogelijke nestplekken zoals gaten in muren, onder dakpannen in schoorstenen en in regengoten ongeschikt maken;
  • Neem contact op met een gespecialiseerd bedrijf om voorafgaand aan het broedseizoen voorkomende maatregelen te nemen.
Mediterraans Draaigatje (Tapinoma nigerrimum)

Het Mediterraan Draaigatje is een kleine, donkerbruine tot zwarte mierensoort die oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied komt. Ze zijn vermoedelijk meegereisd met planten uit Zuid-Europa en hebben zich hier goed weten aan te passen.

Ze lijken op het eerste gezicht sterk op de mieren die je in huis, de tuin en keuken tegenkomt. Het is echter moeilijk om ze met het blote oog te onderscheiden.

Je kunt ze herkennen aan hun gedrag. Wat opvalt, is hun grote aantal en de hoeveelheid “troep” die ze maken in vergelijking met de mieren die je gewend bent. Mieren verplaatsen zand, vooral wanneer er een bruidsvlucht plaatsvindt. Mieren met vleugels komen dan naar de oppervlakte en passen bestaande gaten aan hun formaat aan. Dit resulteert in veel zand op de bestrating. Bij Nederlandse mieren is dit al aanzienlijk, maar bij het Mediterraan Draaigatje nog meer. Een typisch kenmerk van het Draaigatje zijn hoopjes die lijken op mini-vulkaantjes met een krater.

Effect op de omgeving

De aanwezigheid van het Mediterraan Draaigatje kan invloed hebben op zowel mensen als dieren in de leefomgeving. Hoe groter de kolonie, hoe groter de impact. Enkele opvallende zaken zijn:

  • De mieren ondermijnen bestrating, waardoor deze kan verzakken.
  • Lokale planten en dieren kunnen negatieve effecten ondervinden van de aanwezigheid van deze mieren (biodiversiteit).
  • De mieren kunnen bijten en een irriterende afweerstof achterlaten in de bijtwond.
  • Ze kunnen binnendringen in huizen op zoek naar voedsel en warme plekjes. Soms nestelen ze zich zelfs in elektrische apparaten.

Bepalen of jij te maken hebt met een Mediterraans Draaigatje

Verdenk je het Mediterraan Draaigatje? Als je vermoedt dat deze mierensoort aanwezig is in jouw directe omgeving, vragen we je vriendelijk om enkele mieren op te sturen naar het KAD. Zij kunnen dan bepalen of het daadwerkelijk om het Mediterraan Draaigatje gaat. Dit is gratis! Vang ze in een potje of gebruik plakband en stuur ze op naar KAD.

Als blijkt dat het inderdaad het Draaigatje is, verzoeken we je contact op te nemen met de gemeente. Stuur alsjeblieft de onderzoeksresultaten op.

Meeuwen (en sterns)

Meeuwen kunnen tijdens hun broedseizoen (maart tot en met augustus) voor overlast zorgen. Nestelende meeuwen beschermen hun jongen vanaf het moment dat er een ei is tot en met het moment dat ze zelfstandig zijn en uitvliegen.

De overlast bestaat uit geluidsoverlast en agressief gedrag. Dit gedrag vertonen ze omdat ze mens en dier op afstand willen houden van hun jongen. Hou hier rekening mee als u een nest of jonge meeuw ziet. Omdat de meeuw beschermd is, kunnen er alleen preventieve maatregelen genomen worden.

Meeuwen worden door de gemeente niet verjaagd. Door het verjagen verplaatsen de dieren zich, het probleem wordt hierdoor verplaatst en niet opgelost.

Let op: in Nederland is de meeuw beschermd. Het is daarom verboden om nesten, rustplaatsen of eieren te beschadigen, vernielen of te verwijderen. Ook mogen de vogels niet opzettelijk gestoord, gevangen of gedood worden.

Broedseizoen

Vanaf maart gaan meeuwen opzoek naar een geschikte plek om een nest te bouwen. Vooral platte daken, dakkapellen en halfschuine daken vormen een ideale plek voor een nest.

Als bewoner of beheerder van een gebouw kunt u voorafgaand aan het broedseizoen maatregelen nemen. Deze maatregelen moeten ervoor zorgen dat uw dak niet geschikt is om een nest op te bouwen.

Voer de meeuw niet

Het voeren van meeuwen kan ongezond zijn voor de dieren en kan ertoe bijdragen dat ze woonwijken intrekken. Het voeren kan de dieren ook agressief maken.

Meeuwen op particulier terrein

U kunt de volgende maatregelen alleen nemen wanneer er nog geen nest is gemaakt:

  • Zorg dat uw dak schoon is en er geen materiaal ligt dat gebruikt kan worden voor het bouwen van een nest;
  • Een net op het dak neerleggen;
  • Draden over uw dak spannen;
  • Pinnen en prikkers plaatsen.
Mollen

Mollen zijn nuttige dieren die bijdragen aan een gezonde bodem door deze te beluchten en insecten te eten. Daarom laten we ze het liefst met rust.

De gemeente grijpt alleen bij sportvelden en speelgelegenheden. Als aanwezigheid gevaar oplevert of het gebruik van een gebied belemmert, kan de gemeente besluiten in te grijpen. We proberen altijd eerst diervriendelijke methoden, zoals het verjagen van mollen. Als dat niet voldoende helpt, kunnen we streng gereguleerde maatregelen toepassen.

Indien straatwerk in de publieke ruimte verzakt door de aanwezigheid van mollen (meer dan 3 centimeter verzakking), herstellen wij de bestrating om de veiligheid en toegankelijkheid van de omgeving te borgen. De mollen bestrijden wij niet.

Wat kunt u zelf doen bij mollen in uw tuin?

Voor mollen op privéterrein, zoals in uw tuin, bent u zelf verantwoordelijk. Hierbij is het belangrijk om rekening te houden met de Wet Dieren en de Zorgplicht die in de Wet Natuurbescherming zit. Deze wetten stellen dat mollen niet onnodig pijn of lijden mogen worden toegebracht en dat, wanneer het mogelijk is, de minst schadelijke manier moet worden gebruikt. U kunt dus het beste diervriendelijke methoden inzetten, zoals het gebruik van trillingsapparaten of het onaantrekkelijk maken van de bodem.

Wanneer is professionele hulp nodig?

Als u denkt dat bestrijding toch noodzakelijk is, laat dit dan uitgevoerd worden door een professional.

Muskus – en beverratten

De waterschappen bestrijden muskus- en beverratten actief. Dit doen ze voor de veiligheid van het watersysteem en de veiligheid van onze dijken.

Heeft u een muskus- of beverrat gezien? Meld dat dan op de website van Muskusrattenbestrijding  of bel naar 030 – 634 57 56.

Muskus- en beverratten op particulier terrein

Bedrijven moeten zelf zorgen voor het beheersen/bestrijden van ongedierte op eigen terrein.

Plaagmier (Lasius neglectus)

De plaagmier is een exotische mierensoort die zich anders gedraagt dan de mieren die we in Nederland gewend zijn. De soort leeft in grote kolonies met meerdere koninginnen, waardoor nesten snel kunnen groeien. De plaagmier komt oorspronkelijk uit Centraal Azië en verspreidt zich vooral via menselijk transport, zoals potgrond en planten.

Vermoedt u plaagmieren?

Twijfelt u of u plaagmieren in of rond uw woning heeft? Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) biedt een gratis determinatieservice. U kunt mieren opsturen en krijgt te horen of het om de plaagmier gaat. Meer informatie vindt u op de website van KAD.

Hoe herkent u de plaagmier?

  • Kleine, bruine werksters
  • Geen uitstaande haren op poten of antennebasis
  • Lijkt sterk op de wegmier, maar is kleiner

Professionele determinatie is vaak nodig omdat de soort moeilijk te onderscheiden is van andere mieren.

Leefwijze en mogelijke overlast

Plaagmieren:

  • leven van honingdauw van bladluizen en vormen vaak mierenstraten;
  • kunnen superkolonies vormen met meerdere nesten;
  • kunnen overlast geven in woningen;
  • nestelen soms in elektriciteits- of schakelkasten, wat storingen kan veroorzaken;
  • verdringen inheemse mierensoorten en vergroten de bladluizendruk.

Voorkomen en bestrijden

Voorkomen

  • Dicht naden en kieren rond ramen en deuren.
  • Houd voedselresten weg en let op planten met veel bladluizen.

Bestrijding

  • Een goede inventarisatie van het verspreidingsgebied is noodzakelijk.
  • Bestrijding moet alle ruimtes omvatten waar mieren aanwezig zijn.
  • Omdat nesten meerdere koninginnen hebben, is herhaalde bestrijding soms nodig.
  • Volg altijd de Wettelijke Gebruiksvoorschriften van bestrijdingsmiddelen.
  • Restanten van biociden horen bij het Klein Gevaarlijk Afval (KGA).

Professionele bedrijven zijn te vinden via de brancheverenigingen NVPB en Platform Plaagdierbeheersing. Controleer of medewerkers een geldig certificaat “Beheersing plaagdieren en houtaantastende organismen” hebben.

Vragen?

Voor vragen of advies kunt u terecht bij het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD).

Wespen

Heeft u overlast van een wespennest? Wij begrijpen dat dit vervelend voor u kan zijn of zorgen met zich mee kan brengen. Op particulier terrein is het belangrijk om zelf actie te ondernemen. Schakel hiervoor een gespecialiseerd bedrijf in dat het nest veilig kan bestrijden.

De gemeente verwijdert wespennesten alleen in de openbare ruimte. Er moet daarvoor sprake zijn van een direct risico voor de openbare veiligheid.

We bestrijden dus niet elk wespennest. Wespen zijn namelijk ook onderdeel van onze biodiversiteit en dragen namelijk bij aan de natuur. Dat doen ze onder andere door bloemen te bestuiven, dood materiaal op te ruimen en plagen te bestrijden.